1. Beplanten met inheemse beplanting

Vogels kunnen qua voedsel niet zonder zaden, vruchten en bessen van inheemse beplanting. Veel exoten en cultuurvariëteiten komen niet tot vruchtvorming en als ze dat al doen, lusten de vogels die vreemde vruchten niet. Voedselbron van geen betekenis dus. Inheems groen is een voorwaarde voor een rijk insektenaanbod. In een Engels onderzoek vond men op Wilgen en Eiken meer dan 400 verschillende insekten- en mijtensoorten. Op van oorsprong uitheemse soorten, zoals Robina en Witte paardenkastanje bleken slechts enkele soorten insekten voor te komen. Nederland telt meer dan 20.000 soorten insekten... als je die in je tuin hebt, dan zijn er ook veel vogels, vleermuizen, padden, kikkers, slangen, hermelijnen en noem maar op. Bij een inheemse flora krijg je een inheemse fauna. Gratis extra. En laten we vooral niet vergeten dat inheemse beplanting beter bij de natuurlijke omstandigheden past, de harde concurrentie beter het hoofd kan bieden dan beplanting van elders.

 

2. Een rijke structuurvariatie

Een bloemenweide die overgaat in een ruigte. Een poel op het diepste punt van de tuin. Hierop volgend een struweel met veel dichte en doornige struiken zoals Meidoorn, Sleedoorn en Braam, zo overlopend in het bos. Helaas passen al deze varianten (qua ruimtebeslag) niet in elke tuin. Insekten, vogels en amfibieën willen drinken, eten, schuilen, nestelen, overwinteren. Voorbeelden:
* Verschillende soorten insekten - onder meer vlinders nestelen in de holle stengel van Braam, Vlier, Riet, ruigte en struweelsoorten of in takkenrillen. In het voorjaar zijn ze afhankelijk van de voorjaarsbloeiers zoals de Wilg, een van de eerste nectarbronnen van het seizoen. Hierna komen de bloemrijke graslanden aan de beurt. In de nazomer en herfst vormen de begroeiingen van ruigtekruiden als Koninginnekruid en Kattestaart een bron van nectar. Ook als nest-, schuil- en overwinteringsplaats zijn ruigtekruiden belangrijk. Insekten drinken bij de poel.
* Padden en andere amfibieën hebben een poel nodig om te paren en hun eieren in af te zetten, houtige begroeiingen om te overwinteren.
* Een groot aantal vogels nestelt in dichte bosjes, vogelbosjes. Bijvoorbeeld Roodborst, Winterkoning, Groenling, Tjiftjaf, Braamsluiper, Tuinfluiter, Zwartkop en Heggemus. Soorten als Meidoorn, Sleedoorn, Hulst, Braam, Klimop, Kamperfoelie en Gaspeldoorn zijn hiervoor bijzonder geschikt. Voor kleine zaadetende vogels als Kneu en Putter zijn ruigtekruiden belangrijke planten. Goede soorten bes- of vruchtdragende soorten zijn: Meidoorn, Sleedoorn, Braam, Vlier, Wilde kers, Gewone vogelkers, Gelderse roos, Wilde liguster, Duindoorn, Kamperfoelie, Klimop, Kardinaalsmuts, Aalbes, Hazelaar en diverse rozen. Merels houden van gras om wormen en slakken te zoeken, dichte struiken gebruiken ze om te nestelen. Drinken en badderen? Bij de poel.
* Neemt de variatie toe, dan krijgen ook steeds meer dieren en planten de kans zich te vestigen.

 

3. Scheppen van tegenstellingen

Droog-nat, zon-schaduw, kalkrijk-kalkarm, voedelrijk-voedselarm. Zulke tegenstellingen bieden mogelijkheden voor vele planten- en diersoorten. Voorbeeld:
* Door een heel flauwe oever vanuit het water te maken, ontstaat een groot stuk drassig land waar onder meer Dotters, Orchideeën, Biezen, Gele lis, Zwanebloem, Pinksterbloem kunnen groeien. Als op een groot terrein veel tegenstellingen voorkomen, kunnen veel soorten planten en dieren zich daar vestigen. Een steile oever betekent voor veel dieren een gewisse dood omdat ze dan simpelweg geen kans meer hebben uit het water te komen. Een flauwe oever zorgt ervoor dat bijvoorbeeld een egel niet hoeft te verdrinken en dat kikkers vorstelijk kunnen recreëren.
* Op voedselrijke grond groeien ruigtekruiden als Koninginnekruid, Harig wilgenroosje en bijvoorbeeld Grote brandnetel die de waardplant is van vijf soorten Vlinders (Kleine vos, Dag- pauwoog, Landkaartje, Gehakkelde Aurelia en Atlanta. Op voedselarme grond zien we belangrijke nectarplanten die weer in andere perioden bloeien dan planten op voedselrijke grond. Vuistregel is dat op voedselarme grond veel meer plantensoorten voorkomen dan op voedselrijke grond. Het plaggen, het weghalen van een overbemeste grondlaag, is in modern natuurbeheer dan ook een populaire maatregel.
* Kalkrijke grond levert andere plantensoorten op dan kalkarme. Op een kalkrijke bodem, zoals bijvoorbeeld in de duinen ten zuiden van Bergen, kan zich een interessantere flora ontwikkelen.

 

4. Niets opruimen voor de winter

Sommige werkwijzen in het tuinieren zijn nog hardnekkiger dan het ergste onkruid. Het is een oud gebruik de tuin 'netjes' te maken voor de winter, maar voor planten en dieren is het absoluut ongunstig. Afgevallen bladeren beschermen niet alleen de grond en de beplanting tegen bevriezing, maar ook insekten (Lieveheersbeestjes!) en ander bodemleven. Vogels kunnen in de winter tussen de bladeren nog voedsel vinden. Een opgewaaide berg bladeren tegen een warme muur van het huis is de meest ideale plek voor een Egel in winterslaap. Uitgebloeide vaste planten hebben (ruigte)zaden voor kleine zangvogels als Groenlingen, Koolmezen, Vinken en Putters; ze zijn ook een prima verblijfplaats voor vlinderpoppen. Vaste planten knippen we in het voorjaar met een heggeschaar aan stukjes. Dat geeft een prachtige strooisellaag die de grond beschermt tegen uitdroging, rechtstreekse bestraling van de zon en het dichtslaan door harde regenbuien. In één moeite door beschermen de bladeren, takjes en andere 'rommel' de grote verscheidenheid aan bodemorganismen zoals Eéncellige wezen, Schimmels, Algen, Bacteriën en Regenwormen. Die voeden zich met afgestorven bladeren, maken de grond los en scheiden waardevolle humus uit. En de drukbezette moderne mens hoeft er eigenlijk nauwelijks iets voor te doen. Dat is moeilijker dan het lijkt. Bovenstaande informatie is anno 2000 bij de meeste mensen onbekend. Bij sommige volkeren zit het opruimen nu eenmaal in het bloed.

 

5. Geen gif, kunstmest of behandeld hout

Uit het voorafgaande blijkt wel hoe belangrijk het bodemleven is. Eén hand tuinaarde bevat meer levende organismen dan er mensen op aarde wonen. Zoals we weten maken gif, kunstmest en behandeld hout korte metten met het bodemleven.
* Bomen, struiken en planten leven in symbiose met mycorrhizaschimmels die vergroeid zijn met de wortels en bepaalde suikers uit de plantensappen halen. Tegelijkertijd maken ze uit de bodem voedingsstoffen vrij die planten zelf moeilijk kunnen opnemen. Met andere woorden: planten hebben schimmels nodig om te overleven.
* Waar gebeurd in het Westland: een wormenkweker moest een paar duizend Wormen uitzetten in een kas in het Westland om het bodemleven weer wat op gang te krijgen. Na een week was er geen Worm meer te bekennen: ze waren allemaal in een berg houtsnippers gekropen, ergens in een hoekje. Kunstmest bevat bodemvreemde stoffen en zouten: jarenlange toepassing kan al het bodemleven doen verdwijnen.
* Kunstmest heeft een hoog zoutgehalte. Te hoge concentraties zout remmen de ontwikkeling van planten en bodemleven. Planten kunnen veel schade oplopen door zogenaamde verbrandingen.
* Kunstmest verstoort het milieu rondom de wortel van de plant, de zogenaamde rhizosfeer. Bacteriën en schimmels die juist een gunstige invloed hebben op de plant, leggen het loodje.
* Kunstmest geeft een geforceerde groei en daardoor een grotere kans op ziekten en plagen. Als we die vervolgens ook weer met grof geschut te lijf gaan, begint het eind al een beetje zoek te raken.

 

6. Veel Hosta's aanplanten

Waarom komen er steeds minder Merels voor in Nederland? Antwoord: veel mensen vergiftigen nog altijd onbedoeld hun hele tuin met slakkenkorrels. En Merels eten graag slakken. Door het aanplanten van Hosta's kunnen we de slakkenpopulatie wat ophalen. Zomaar een voorbeeld uit zomaar een tuin: Sjef van der Molen woont in Velp en tuiniert ecologisch. In zijn tuin komen 25 verschillende soorten Huisjesslakken voor en acht soorten Naaktslakken. Dat is iets om trots op te zijn.

 

7. Houtrillen en muurtjes maken

In gestapelde muurtjes van dakpannen, gebroken tegels, puin enzovoort kunnen duizenden insekten 's winters of het hele jaar door wonen. Beddepissers drogen in de zomer niet uit en Salamanders hebben er een droge plek voor de winter. Muurplanten als Muurleeuwebek, Muurvaren en Gele helmbloem vinden er hun stek. Houtrillen bestaan uit gestapeld dood hout. Dood hout leeft, daar groeien paddestoelen, mossen en varens. Porceleinzwam op Beuk, Berkezwam op Berk, Judasoor op Vlier: allemaal extra dimensies in de tuin. In takkenrillen nestelen liefhebbers als Roodborstje en Winterkoning; de Citroenvlinder bijvoorbeeld overwintert er en veel dieren schuilen tussen de takken. Vanzelfsprekend zijn dode bomen een kostbaar goed in de tuin. Zowel liggend als staand is dood hout ideaal voor insekten, spechten, holenbroeders (Gekraagde roodstaart en Bonte vliegenvanger) en vele anderen. Dood hout leeft! Het is niet voor niets al jarenlang een goed gebruik bij grote natuurbeheerders.

 

8. Spaar bij aanleg oude bomen en hagen

Een volwassen loofboom verdampt bij voldoende vochtaanvoer 500 tot 1000 liter water per dag. Deze luchtbevochtiging zorgt - in combinatie met het vasthouden van stof en het verschaffen van schaduw - voor een merkbare verbetering van het microklimaat. Op hete dagen zorgt een beetje boom voor 3 tot 4 graden koelere lucht. Als de boom dicht bij het huis staat, stroomt die lucht langs de muren waardoor deze sneller drogen. Een boom beschermt het huis ook tegen te veel zonlicht, zodat het schilderwerk langer meegaat. Vroeger werden bomen rond boerderijen aangeplant om de rieten daken te beschermen tegen de wind. Leilindes weerden de zon uit de woonkamer. En als 's winters het blad er af was, kon het zonnetje weer vrij naar binnen schijnen.
Dat bomen slecht zouden zijn voor huizen is een fabeltje. Hetzelfde geldt voor Klimop tegen een muur. Onderzoek heeft meermalen uitgewezen dat een goed gevoegde muur niets te vrezen heeft van een groene klimmer. In beginsel blijft de muur altijd droog en dat scheelt nogal wat stookkosten. Mooi geschilderde houten kozijnen moeten we overigens wèl vrijwaren van Klimop. In Klimop kunnen vogels prima nestelen, en in de winter vinden ze er bessen om te eten.
Oude bomen hebben soms holten waar vleermuizen graag wonen. De winterslaapbomen herbergen vaak grote aantallen dieren uit de wijde omgeving. Vleermuizen die in boomholten bivakkeren zijn: de Rose vleermuis (boombewoner bij uitstek) maar ook de Grootoorvleermuis, Ruige dwergvleermuis, Watervleermuis, Baardvleermuis en Franjestaart. Spaar bij het uitdunnen bomen met grillige en kromme stammen: die huisvesten meer insekten dan gladde, rechte exemplaren. En met een heg scheppen we een microklimaat dat gunstig is voor alles wat leeft in de tuin.
Deze tekst is een bewerking van een korte weergave van een lezing door Ruud Vermeer, gehouden op 18 januari 2000 te Schoorl. Wie zich verder wil verdiepen in ecologisch beheer, vindt uitstekende opleidingen bij het Clusius College in Alkmaar.
Bronnen: 'Ecologisch groenbeheer in de praktijk', ISBN 90-74481-02-x;
'Biologisch en gifvrij tuinieren', Ingrid Gabriel, ISBN 90-6045-368-9;
Ecostyle informatiemap, BioSeminar 2000.
Successie: van eenjarige pioniers tot langzame groeiers

 

9. Verklarende woordenlijst

 

NATUUR

De flora en fauna die zich spontaan vestigt en/of zich zelfstandig handhaaft.

ECOLOGIE

De wetenschap die zich bezighoudt met het bestuderen van de relaties tussen de organismen en hun milieu en de relaties tussen die organismen onderling.

ECOLOGISCH TUINIEREN

Het scheppen van voorwaarden waaronder inheemse flora en fauna zich kan ontwikkelen.

BIOLOGISCH TUINIEREN

Een wijze van tuinieren waarbij diverse cultuurmaatregelen en werkzaamheden de biologische processen stimuleren. De kringloop van organische stoffen is verregaand gesloten: organische meststoffen voeden niet alleen de plant, maar ook het bodemleven.



banner-meneer-vermeer-tuinen